Geld Werkblad
Naam: ____________________Datum: ____________
Instructies: Munten en biljetten tellen, wisselgeld wisselen en geldwoordproblemen oplossen.
20 problemen
- $5.8 + $10.3 = ______
- Een koekje kost $13. Hoeveel kosten 3 koekje?
- $4.9 + $9.3 = ______
- $9.3 + $20.4 = ______
- Een sap doos kost $3. Hoeveel kosten 8 sap doos?
- Een sap doos kost $2. Hoeveel kosten 2 sap doos?
- Een koekje kost $7. Hoeveel kosten 3 koekje?
- $19.8 + $9.8 = ______
- Een sticker kost $10. Hoeveel kosten 4 sticker?
- $20.9 + $18 = ______
- Een sticker kost $15. Hoeveel kosten 4 sticker?
- $4.4 + $10.4 = ______
- Een notitieboekje kost $4. Hoeveel kosten 4 notitieboekje?
- Een sticker kost $13. Hoeveel kosten 9 sticker?
- $12.2 + $18.4 = ______
- Een sticker kost $13. Hoeveel kosten 5 sticker?
- Een gom kost $5. Hoeveel kosten 6 gom?
- $3.2 + $14.5 = ______
- Een sticker kost $2. Hoeveel kosten 7 sticker?
- Een sticker kost $7. Hoeveel kosten 8 sticker?