Geld Werkblad
Naam: ____________________Datum: ____________
Instructies: Munten en biljetten tellen, wisselgeld wisselen en geldwoordproblemen oplossen.
20 problemen
- $3.3 + $4.4 = ______
- Een koekje kost $8. Hoeveel kosten 4 koekje?
- Een sticker kost $2. Hoeveel kosten 7 sticker?
- Een koekje kost $3. Hoeveel kosten 4 koekje?
- Een koekje kost $12. Hoeveel kosten 5 koekje?
- Een notitieboekje kost $10. Hoeveel kosten 7 notitieboekje?
- Een potlood kost $4. Hoeveel kosten 5 potlood?
- $7.5 + $2.8 = ______
- $16.9 + $11.2 = ______
- Een gom kost $3. Hoeveel kosten 4 gom?
- $16.6 + $9.3 = ______
- $11.9 + $5.1 = ______
- $20.8 + $7.3 = ______
- $10.2 + $9.9 = ______
- $8.3 + $8 = ______
- $5.6 + $15.1 = ______
- Een koekje kost $9. Hoeveel kosten 9 koekje?
- Een potlood kost $8. Hoeveel kosten 5 potlood?
- Een potlood kost $12. Hoeveel kosten 9 potlood?
- Een sticker kost $14. Hoeveel kosten 7 sticker?