Geld Werkblad
Naam: ____________________Datum: ____________
Instructies: Munten en biljetten tellen, wisselgeld wisselen en geldwoordproblemen oplossen.
20 problemen
- $2.2 + $17.2 = ______
- $7.9 + $6.2 = ______
- $5.6 + $13.6 = ______
- Een koekje kost $2. Hoeveel kosten 3 koekje?
- $20.3 + $15.5 = ______
- $19.8 + $9.9 = ______
- $17.8 + $4.9 = ______
- Een koekje kost $6. Hoeveel kosten 2 koekje?
- Een sticker kost $3. Hoeveel kosten 3 sticker?
- $10 + $10.2 = ______
- Een koekje kost $10. Hoeveel kosten 7 koekje?
- Een sticker kost $14. Hoeveel kosten 8 sticker?
- Een sap doos kost $6. Hoeveel kosten 8 sap doos?
- Een koekje kost $13. Hoeveel kosten 2 koekje?
- Een gom kost $8. Hoeveel kosten 2 gom?
- $14.1 + $2.3 = ______
- $7.4 + $1.5 = ______
- $19.2 + $16 = ______
- Een potlood kost $7. Hoeveel kosten 9 potlood?
- $2.2 + $9.4 = ______