Geld Werkblad
Naam: ____________________Datum: ____________
Instructies: Munten en biljetten tellen, wisselgeld wisselen en geldwoordproblemen oplossen.
20 problemen
- $15.2 + $11 = ______
- $7.2 + $13 = ______
- $15.4 + $12.7 = ______
- $1.7 + $11.1 = ______
- $5.9 + $20 = ______
- Een koekje kost $11. Hoeveel kosten 9 koekje?
- Een gom kost $12. Hoeveel kosten 7 gom?
- $19.2 + $13 = ______
- Een koekje kost $2. Hoeveel kosten 3 koekje?
- $9.5 + $7.9 = ______
- $5 + $12.8 = ______
- Een notitieboekje kost $12. Hoeveel kosten 9 notitieboekje?
- Een notitieboekje kost $2. Hoeveel kosten 2 notitieboekje?
- $5.2 + $4.6 = ______
- $13.9 + $9.2 = ______
- Een sticker kost $2. Hoeveel kosten 9 sticker?
- Een gom kost $2. Hoeveel kosten 5 gom?
- Een gom kost $14. Hoeveel kosten 4 gom?
- Een sap doos kost $11. Hoeveel kosten 4 sap doos?
- $12.2 + $10.6 = ______