Geld Werkblad
Naam: ____________________Datum: ____________
Instructies: Munten en biljetten tellen, wisselgeld wisselen en geldwoordproblemen oplossen.
20 problemen
- $3.2 + $15.4 = ______
- $14.6 + $5.8 = ______
- Een koekje kost $8. Hoeveel kosten 3 koekje?
- Een sticker kost $12. Hoeveel kosten 8 sticker?
- $11.3 + $14 = ______
- $10.3 + $10.1 = ______
- Een notitieboekje kost $13. Hoeveel kosten 3 notitieboekje?
- $17.6 + $3.5 = ______
- Een gom kost $4. Hoeveel kosten 7 gom?
- Een gom kost $2. Hoeveel kosten 3 gom?
- Een potlood kost $14. Hoeveel kosten 4 potlood?
- $17.4 + $20.9 = ______
- $3.7 + $1.3 = ______
- Een sap doos kost $13. Hoeveel kosten 4 sap doos?
- $7.9 + $7.3 = ______
- Een koekje kost $10. Hoeveel kosten 9 koekje?
- $12.6 + $10.6 = ______
- $9.3 + $17.3 = ______
- $5.4 + $19.7 = ______
- $9.2 + $10.9 = ______