Geld Werkblad
Naam: ____________________Datum: ____________
Instructies: Munten en biljetten tellen, wisselgeld wisselen en geldwoordproblemen oplossen.
20 problemen
- $16 + $18.4 = ______
- $16.1 + $17.9 = ______
- Een gom kost $3. Hoeveel kosten 3 gom?
- $6.2 + $9.6 = ______
- Een koekje kost $6. Hoeveel kosten 3 koekje?
- $20 + $8.4 = ______
- $20.8 + $6.6 = ______
- Een potlood kost $15. Hoeveel kosten 9 potlood?
- Een sticker kost $10. Hoeveel kosten 3 sticker?
- $7.2 + $5.3 = ______
- Een notitieboekje kost $5. Hoeveel kosten 9 notitieboekje?
- $10.7 + $15.3 = ______
- $10.1 + $16.4 = ______
- $15.3 + $4.1 = ______
- Een sticker kost $11. Hoeveel kosten 9 sticker?
- Een sticker kost $6. Hoeveel kosten 5 sticker?
- $6.3 + $12 = ______
- $9 + $8.6 = ______
- $6.7 + $3 = ______
- Een potlood kost $5. Hoeveel kosten 5 potlood?